Het winnende verhaal van de schrijfwedstrijd
Avonden zijn we bezig geweest, rekenend, tekenend, passend en metend. En nu sta ik dan op een druilerige maandagochtend, op de stoep van het stadhuis. Ik ben nog niet aan de beurt en kijk geamuseerd hoe een stevige, wat oudere man in niet mis te verstane bewoording meedeelt dat hij onmiddellijk de burgemeester zelf wil spreken en niet van plan is weg te gaan.
De dame achter de balie, die er uitziet of ze wel voor hetere vuren heeft gestaan, legt stoïcijns uit dat zomaar niet gaat en dat meneer eerst een afspraak moet maken. Intussen houdt ze oogcontact met de beveiligingsman die, bijna onmerkbaar, dichterbij is gekomen.
Al mopperend druipt de man af en de baliemedewerkster wendt zich met een vriendelijke glimlach tot mij, alsof er niets is gebeurd.“Wat kan ik voor U doen?” vraagt ze, met toch nog enigszins natrillende stem.“Ik ben op zoek naar de afdeling bouw en woningtoezicht, naar meneer Van Dalen”.
“Hebt u een afspraak?” Grinnikend bevestig ik dat ik wél een afspraak heb.
Ze kijkt me met twinkelende ogen aan en lacht.
“Trap op, einde van de gang links en dan 4e kamer aan de rechterhand”.
Terwijl ik de statige trap opklim, herhaal ik in mijn hoofd de korte reisbeschrijving. En zowaar, na enig zoeken beland ik voor de deur met het bordje “Bouw- en Woningtoezicht: W. van Dalen”.
Onder het bordje is door iemand een sticker geplakt.
Een beetje nerveus klop ik op de deur en luister gespannen of ik iets hoor. Niets. Ik probeer het nog een keer en dit maal met succes. Een snauwerige stem geeft antwoord en ik open voorzichtige de deur. De ruimte verdient amper het predicaat kantoor en laat duidelijk zien dat Van Dalen bij het verdelen van de diverse ruimten, niet als eerste zijn keus kenbaar heeft mogen maken. Hij deelt het vertrek met een zieltogende kamerplant en een poster van een bergmeertje.
Achter het grote bureau zetelt een wat stoffige man die me met een verveelde blik opneemt. Zijn haar is kort en grijs en zijn overhemd is, hoewel keurig gestreken, een exemplaar uit de vroege jaren negentig. Zijn colbertje hangt als een grote aardappelzak om zijn magere lijf en zijn brilletje is van een naamloze signatuur. Het geheel maakt pijnlijk duidelijk dat de uiterste houdbaarheidsdatum van meneer van Dalen eigenlijk al lange tijd is verstreken.
Ik ben licht geïntimideerd door de macht die de man over de situatie heeft en blijf, als een ondeugende schooljongen die voor de zoveelste keer naar de bovenmeester is gestuurd, in de deuropening staan. Het is tenslotte wel de bedoeling dat hij zijn fiat geeft aan ons stukje huisvlijt dus enige bescheidenheid mijnerzijds is wel gewenst.
“Komt u verder” verzoekt de man met een ongeïnteresseerde blik. Ik ga zitten en begin wat te schuiven met de papieren alvorens van wal te steken.
Omstandig vertel ik over de buurman, de tekeningen en het rekenwerk. Met een diepe zucht pakt de ambtenaar mijn papieren aan en hij bekijkt ze zonder al te veel animo.
Plotseling is er rumoer op de gang, Ik vang geluiden op van ratelende wielen en rammelende kop en schotels. De deur van het kantoortje zwaait open en de geur van versgezette koffie stroomt als een tropische windvlaag naar binnen.
Op het zelfde moment breekt een zonnestraal door compact wolkendek en dompelt de kamer onder in behaaglijke warmte.
De koffiedame mag gezien worden. Ze is gezegend met een stevige boezem en roodbruine krullen. Ze glimlacht naar haar collega. “Hallo Willem, leuk weekend gehad?” Willem krijgt een kleur als vuur en zijn stem is ineens een octaaf hoger als hij begint te hakkelen. “Ja, ja Ria, leuk weekend gehad. Jij ook?
Ze kijkt hem een ogenblik mysterieus aan en geeft geen antwoord. Plotseling realiseren beiden zich dat er nog iemand in de kamer is en de ontstane spanning ebt langzaam weg.
Ria schenkt koffie en biedt me ook een kop aan die ik met dank aanvaard. Toch een beetje nerveus vanwege de aard van mijn missie, voelt mijn keel inmiddels aan als de Serengeti woestijn op een hete namiddag. Ze reikt ons de kopjes aan en ik zie hoe hun handen elkaar, bijna onmerkbaar, heel even raken.
Als ze wegloopt zegt ze zachtjes:”Ik heb er twee koekjes bij gedaan”. Ze knipoogt naar hem. Als ik me weer tot Van Dalen richt, heeft zijn gezicht de kleur van een overrijpe tomaat.
Als een blad aan een boom is de man veranderd.
Van een saaie vijftiger in een levenslustig iemand die veel plezier de rest van de dag op zich af laat komen. De metamorfose heeft zich met de snelheid van het licht voltrokken. Ongeloof maakt zich van me meester en ik knipper een paar maal met mijn ogen om er zeker van te zijn dat ze me niet bedriegen.
“Zo, laten we de boel maar eens doornemen” zegt hij terwijl hij zich in de materie verdiept.
Genietend van de koffie met koek en de als bij toverslag veranderde sfeer, bekijken we de plannen. Hij geeft professioneel commentaar en voorziet me van wat waardevolle tips. Met gesloten ogen en een glimlach om zijn mond geniet hij met kleine teugjes van zijn koffie. Hij verzekert me dat het ingediende plan goed is en dat hij het ter goedkeuring zal voorleggen aan de anderen.
“Ik denk dat u moet rekenen op ongeveer vier weken voor het plan definitief is goedgekeurd. Zoals u weet, mag u niet beginnen met de verbouwing tot de bevestiging binnen is.
Ik knik en zoek mijn papieren bij elkaar. We schudden elkaar, bijna als oude vrienden, de hand en ik verlaat het inmiddels zonovergoten kamertje. Lopend door de gang komt er een vrolijk deuntje uit mijn broekzak. Ik neem mijn mobiel op en vertel de buurman hoe het gesprek verlopen is. Terwijl ik langzaam lopend in de richting van de uitgang ga, zie ik nog net hoe de koffiejuffrouw in een snelle beweging het kantoortje van Dalen binnen sluipt. Al pratend loop ik naar beneden langs de beveiliger, die gezellig met een kop koffie in zijn hand, staat te keuvelen met de dame van de balie.
De rust is alom weergekeerd.
.Ik moet ineens denken aan de sticker op de kantoordeur van Dalen
“Voor de koffie niet zeuren”. Hij heeft nog gelijk ook!


