Ik roer bewust in mijn caramel cappuccino als iemand die een ontzettende dwangneurose heeft. Het is een vreemde gewoonte. Ik gebruik al jaren geen suiker meer in mijn koffie, maar ik vraag toch altijd nog een lepeltje bij mijn koffie omdat ik gewoonweg niet stil kan zitten. En ik heb altijd het vreemde idee dat mijn koffie sneller afkoelt als ik blijf roeren. Misschien toch wel een lichte vorm van een dwangneurose, al zal ik de laatste zijn om dat in het openbaar toe te geven. In mijn koffie roeren is nog één van de minst vreemde dingen die ik doe om mezelf in beweging te houden. Het trillen met mijn rechterbeen is niet zo’n fijne beleving voor de rest van je tafelgenoten, geloof me. En barmannen zijn meestal ook niet zo blij als ik vertrek en er ligt een hele berg versnipperde bierviltjes op de bar. Een onomstotelijk bewijs dat ik er aanwezig was.
Terwijl ik nog steeds in mijn cappuccino roer omdat het nog niet koud is, word ik onbewust met ogen in de richting van de deur getrokken. Mensen lopen in en uit, maar een onbehaaglijk gevoel overkomt me als mijn ogen in die richting op sla. Het is moeilijk om te negeren hoe jij je entree maakt. Vroeger wond het me op, nu doet het me walgen. De zelfingenomen grijns waarmee je de medewerker je bestelling doorgeeft, roept een bijna net zo’n erge reactie in me op.
Mijn cappuccino schuif ik van me af omdat de lust me spontaan is vergaan. Nu sta ik voor een keuze, blijf ik nonchalant zitten of probeer ik me richting de uitgang te bewegen zodat ik deze horrorscène kan verlaten? Ik besluit het laatste te doen, ook al laat ik me liever niet kennen. Ik ben helaas te laat. Ik zie je deze kant op lopen, en in de hoop dat je me nog niet gezien hebt, pak ik haastig het krantje dat op tafel ligt en sla het open voor mijn gezicht.
Een hand pakt het krantje vast en trekt het uit mijn handen. Je gezicht kijkt recht in die van mij, je tandpasta witte glimlach doet me huiveren en ik sla mijn ogen neer.
Je maakt een opmerking over dat ik het krantje op zijn kop beet had, en dat mijn camouflage poging niet echt gelukt is. Ik lach als een boer met kiespijn en hoop van harte dat je weer snel op rot. Je vervolgt je gesprek met een zelfingenomen toontje en ik let totaal niet op de woorden die je zegt.
Je richt je op en gebaard naar een vrouw die net binnen is gekomen om onze richting op te komen. Je stelt haar voor als een collega. Een collega ja, op papier, het zou me niks verbazen als je haar neukt. Je legt geregeld je arm op haar arm en lacht om haar grapjes. Wat ben je toch charmant en sociaal, wat stel je haar toch op d’r gemak. Je trekt nog altijd dezelfde trucjes uit de kast om een vrouw te versieren, om haar speciaal te laten voelen. Dezelfde trucjes die je gebruikte om mij om je vinger te winden. Er komt een klein beetje cappuccino omhoog en ik voel dat ik moet overgeven. Ik ren naar de wc en leeg mijn maag.
Ik lig naast de wc en kijk naar de tegels op de muur. Het zijn mooie tegels met Griekse zuilen, afgewisseld door simpele witte tegels. Ik probeer op te staan, maar eigenlijk lig ik liever hier dan dat ik met jou en je nieuwe sletje aan een tafeltje moet zitten. Ik laat me spieren weer ontspannen en ik hang tegen het muurtje van mijn wc hokje. Ik hoop van harte dat ze een SOA van je oploopt, of nog erger, zwanger van je raakt.
Opeens heb ik het echt helemaal gehad en heb ik geen zin meer om mijn leven te laten onderdrukken door jouw arrogantie en kleinerende opmerkingen. Ik sta op en loop naar het tafeltje waar ik net nog zat en jullie nog steeds zitten. Pontificaal ga ik voor je staan en schreeuw je toe dat je een ontzettend kutwijf bent en dat je vanavond zorgt dat je spullen uit mijn huis zijn. Je kijkt me vragend aan, en ik krijg medelijden met je. Wat ben je ook een loser. Ik giet het laatste beetje caramel cappuccino wat er nog in mijn beker zat over je hoofd en loop met een zelfingenomen en tevreden glimlach weg. Het is nu tijd voor mij. Het is tijd voor koffie zonder lepeltje.


