Zeer veel verhalen met als thema koffie zijn ingestuurd. Een jury bestaande uit de redacties van Bookaccino.nl en Damespraatjes.nl heeft samen met Giselle Ecury (schrijfster) en Yvonne Dahlhaus (TV-producer) de beste 6 verhalen geselecteerd. Daarna hebben de bezoekers van Bookaccino de gelegenheid gekregen om hun stem uit te brengen.

De winnaar van de Schrijfwedstrijd Koffie is:

Onder de stemmers hebben wij ook een boek verloot. De winnaar is:

Monika Rood.

 

 

Met een voldaan gevoel loopt Marleen naar de keuken om koffie te zetten. De bedden zijn gedaan, de badkamer heeft een beurt gekregen en de wasmachine draait. Wat kan een mens druk zijn op haar ‘vrije’ dag. Maar nu is er gelukkig even tijd voor ontspanning. Nadat ze het koffiezetapparaat heeft aangezet, loopt Marleen naar de hal. Met een stapeltje post in haar hand gaat ze terug naar de keuken. De enveloppe van de garage laat ze nog maar even gesloten. Vast de rekening van de grote beurt aan haar auto, vorige week. Het zal wel een flink bedrag zijn. Ze wil het nu nog niet weten. De bekende blauwe enveloppe herinnert haar eraan dat het binnenkort tijd is voor de aangifte. Een dezer dagen de papieren maar bij elkaar zoeken.

 
Mensen zeggen weleens: ‘Ik ben een boon als…’  Die mensen weten niet wat ze zeggen. Ik wel, want ik ben zelf een boon. Een koffieboon, om precies te zijn, en ik zou willen dat ik een mens was. Hoewel, dan had ik dit nooit meegemaakt… Maar laat ik bij het begin beginnen.
Zoals al het leven op aarde, ben ik begonnen als een heel klein boontje. Ik groeide op in een machtig mooi woud ergens in Colombia. Vooral als het net geregend had, waren de met bomen gevulde heuvels in een mist gehuld die ze een bovenaardse schoonheid verleende. Maar u zult zich afvragen hoe ik dit weet, ik ben immers slechts een boon.
 

"Cafeïnevrij is op. Wilt u espresso of cappuccino?" De jongen hangt verveeld achter de toonbank. Mevrouw Van Andel schuift onbewust een stapje naar achteren. Haar wandelstok schraapt over de vloer. Ze schudt haar hoofd: "Ik wil euh... een gewone koffie" 
Een ongeduldige blik over de koffiecounter. "Een Café Crème?"  
"Crème?" Mevrouw Van Andel begrijpt het niet. "Nee, met melk graag." 
De koffiejongen haalt zijn schouders op. "Oké," zegt hij. "Wilt u dan een Café au Lait of een Macchiato?" 
Nu vindt mevrouw Van Andel het wel genoeg. Op de respectabele leeftijd van vierenzeventig jaar, wil je niet struikelen over woorden als 'kapusjino' en 'masji-dinges'. Je wilt gewoon koffie. Mevrouw van Andel weet best dat ze niet altijd bij de tijd is. Dementie, zegt haar huisarts. Maar zo'n koffiekereltje krijgt haar niet gek! Toch? "Hoor eens jongeman," zegt ze. "Ik kom hier al dertig jaar voor mijn kop koffie. Vroeger verkochten jullie deze onzin niet.

 
‘Koffie?’ Frits wekt me uit mijn dagdroom. Zo moet ik hem noemen. Frits. Niet ‘meneer Wesselink’, of ‘u’, we zijn tenslotte bijna familie. Van de zenuwen zeg ik ja. Maar ik lust helemaal geen koffie. Alleen chocoladekoffie, met veel suiker, dat gaat nog wel. Ik denk niet dat Frits chocoladekoffie in huis heeft. Frits heeft lp’s uit 1964. En een dode plant in de vensterbank.
 

Het winnende verhaal van de schrijfwedstrijd

Avonden zijn we bezig geweest, rekenend, tekenend, passend en metend. En nu sta ik dan op een druilerige maandagochtend, op de stoep van het stadhuis. Ik ben nog niet aan de beurt en kijk geamuseerd hoe een stevige, wat oudere man in niet mis te verstane bewoording meedeelt dat hij onmiddellijk de burgemeester zelf wil spreken en niet van plan is weg te gaan.

De dame achter de balie, die er uitziet of ze wel voor hetere vuren heeft gestaan, legt stoïcijns uit dat zomaar niet gaat en dat meneer eerst een afspraak moet maken. Intussen houdt ze oogcontact met de beveiligingsman die, bijna onmerkbaar, dichterbij is gekomen.

 

Ik roer bewust in mijn caramel cappuccino als iemand die een ontzettende dwangneurose heeft. Het is een vreemde gewoonte. Ik gebruik al jaren geen suiker meer in mijn koffie, maar ik vraag toch altijd nog een lepeltje bij mijn koffie omdat ik gewoonweg niet stil kan zitten. En ik heb altijd het vreemde idee dat mijn koffie sneller afkoelt als ik blijf roeren. Misschien toch wel een lichte vorm van een dwangneurose, al zal ik de laatste zijn om dat in het openbaar toe te geven. In mijn koffie roeren is nog één van de minst vreemde dingen die ik doe om mezelf in beweging te houden. Het trillen met mijn rechterbeen is niet zo’n fijne beleving voor de rest van je tafelgenoten, geloof me. En barmannen zijn meestal ook niet zo blij als ik vertrek en er ligt een hele berg versnipperde bierviltjes op de bar. Een onomstotelijk bewijs dat ik er aanwezig was.